producten

Producten>

 
Prijzen in onze webshop zijn inclusief BTW.
Download hier de pdf.  
   
Latijnse naam: Brachypelma albopilosum
   
Nederlandse naam: Krulhaar-vogelspin
Duitse naam:
Kraushaar Vogelspinne
Engelse naam: Curly hair
   
Plaats in het dierenrijk:  
Stam:                                 
Arthropoda (geleedpotigen)
Onderstam:
Chelicerata (chelicerendragers)
Klasse:   
Arachnidae (spinachtigen)
Orde:
Araneae (echte spin­nen)
Suborde
Orthognatha (vogelspinachti­gen)
Familie:  
Theraphosidae (echte vogel­spin­nen)
Onderfamilie: Grammostolinae
   
   
Lengte:      
Tot maximaal 8 cm.
   
Herkomst: Guatemala, Panama, Honduras, Costa Rica.
   
Terrariuminrichting: De bakgrootte dient minimaal 30 x 15 x 15 cm te zijn voor een vol­wassen spin. De bodem kan bestaan uit een mengsel van 50% pot­grond (of turfmolm) en 50 % zand. De laag moet minstens 5 cm hoog zijn. Klei­korrels zijn eventueel ook te gebruiken, maar dan dient wel voor een goede schuilgelegen­heid te worden gezorgd, die niet kan instorten. Van schors moet in ieder geval een schuilgele­genheid worden ge­bouwd. Eventueel kan ook een bloempot hiervoor dienen. Planten kunnen worden toegevoegd, maar gebruik in geen geval cac­tussen.
   
Temperatuur:
Dagtemperatuur: 25 - 26 °C.
Nachttemperatuur: ca. 18 °C.
   
Voedsel:    
Insecten. Sprinkhanen, krekels, e.d. kunnen als levend voer worden aange­boden. De grootte van de voedseldieren aanpas­sen aan de grootte van de spin. Ook levende nestmuizen wor­den geaccepteerd. Niet genuttigde voedseldieren na een dag verwij­deren. Spinnen die op het punt staan te vervellen, moeten niet wor­den gevoerd. De voedseldie­ren kunnen de spin direct na de vervelling aanvreten. De spin vervelt binnen 1 à 2 weken als het achterlijf van kleur verandert (van bruin/­beige naar blauw zwart).
   
Water:                               
De dieren vragen een kleine waterbak. Dagelijks moet het water worden ververst. Gebruik altijd lauw water. De bak mag goed vochtig worden. Daarom regelmatig sproeien, maar nooit op de spin. Een hoge vochtig­heidsgraad is aan te bevelen, als de bak maar goed geventileerd is. Te droge lucht kan problemen geven bij de vervelling.
   
Voortplanting: De eieren (100 tot 1000) worden gelegd in een cocon.
   
Overige opmerkingen: Rustige soort.
Wel een 'bom­bardeer'-spin: de afgeworpen brandha­ren kunnen de huid en slijm­vliezen flink irriteren.
Ook bekend als; Euathlus albopilosa
Elk dier is een individu, het kan zijn dat een exemplaar afwijkt van de soortstandaard.

 

Wetgeving

 

Alle soorten CITES B.

Dit geslacht bevat 14 soorten, waaronder de populairste vogelspinnen. De naam Brachypelma

wordt vaak (foutief) als synoniem voor Euthlus gezien. Veel soorten (zeker B. smithi) werden

met massa’s tegelijk gevangen en geëxporteerd naar de Verenigde Staten en Europa. Alle

soorten staan daarom nu op de CITES- lijsten. Veel Brachypelma’s zijn rustige spinnen die

gemakkelijk te hanteren zijn. Het zijn echter bobardeerspinnen.

 

Uiterlijk

 

Deze tot 8 cm grote spin heeft een zwartbruine basiskleur met goudkleurige, gekrulde haren

op de poten en achterlijf en een gouden glans op het kopborststuk. De B.albopilosum is zeer

rustig.

 

Verspreidingsgebied

 

Van Guatemala tot Costa Rica in vochtige wouden.

 

Huisvesting

 

De terrarium grote voor bodembewoners van 6 tot 8 cm bedraagt min. 30lx20bx20h, voor de

reuze soorten zoals T. blondi kan men best een terrarium nemen van min. 45lx30bx30l. Voor

boombewoners is een terrarium van min. 20lx20bx40h voldoende. Zorg dat 1/3 tot 1/2 van het

terrarium geventileerd is aan één der zijden. Maak schuilplaatsen met stenen, kurkschors,

halve bloempotten of stukken hout. Zorg er wel voor dat een spin niet onder een steen kan

graven zodat de ze niet geplet wordt of verwond raakt. De spinnen kunnen soms gaan

klimmen en zich beschadigen door op een stekelige plant (cactus) of een scherp voorwerp

(lavasteen) te vallen. Verwarm overdag met een lampje tot 24 à 27°C, zorg 's nachts voor

20°C (niet lager dan 15°C). Plaats geen bodemverwarming, dit is onnatuurlijk en droogt de

bodem te snel uit. Plaats een waterbak en ververs het water regelmatig. Zorg voor 60-85%

RV (bodembewoners het vochtigst). Sproei regelmatig een gedeelte van het terrarium, voor

een bodembewoner bv. eens per week. Sproei nooit op het web of op de spin zelf! Maak de

bodem 5 à 10 cm dik zodat de spin voldoende diep kan graven voor een hol, houd de bodem

licht vochtig. Wat decoratie betreft kan je een plastic of stoffen plantje en een achterwand

van kurk gebruiken, deze zijn echter niet noodzakelijk maar het oog wil ook wat.

 

Hanteren

 

Hoewel sommige spinnen best vastgepakt zouden kunnen worden, is het beter een bakje over

de spin te zetten en het dekseltje eronder te schuiven.

 

Voedsel

 

In terraria komen vooral insecten in aanmerking, maar ook nestratten en jonge muizen voor

grote soorten.

Stukjes runderhart en kipfilet, die met een pincet worden bewogen, worden soms ook gepakt.

Variatie is iets minder belangrijk dan bij reptielen en amfibieën, zolang niet maanden

achtereen uitsluitend meelwormen worden gevoerd.

Voer een spin regelmatig en met mate, ongeveer één tot drie prooien per week.

Spinnen eten enkele dagen/weken voor en na een vervelling niet.

Veel voedseldieren kunnen een vervellende spin storen of beschadigen.

Voer dus een dikke of doffe spin hooguit één prooi.

Zorg dat alle krekels uit het terrarium verwijderbaar zijn en niet massaal achter een

achterwand kunnen kruipen.

Na of tijdens de paring worden mannetjes soms door vrouwtjes opgegeten, een welkome

eiwitbron voor de productie van het nageslacht.

Spinnen vangen hun prooi meestal met vangwebben of door zich bliksemsnel op de prooi te

storten.

Tegenstribbelende prooien worden met meerdere poten vastgehouden.

De kaken worden naar binnen gestoken, waarna de spin enzymen in de prooi spuit.

De kauwende kaken mengen de enzymen met de prooi, zodat deze oplost.

Door het zeer dunne verteringskanaal kan een spin alleen vloeibaar voedsel opzuigen.

Niet verteerbare resten (b.v. een chitinepantser) worden door de spin uit zijn leefomgeving

verwijderd en in een hoek van het terrarium gelegd.

Prooien die niet meteen worden opgegeten, worden ingesponnen.

 

Voortplanting

 

Volwassen mannelijke spinnen hebben maar een doel: het bevruchten van vrouwtjes. Ze

kunnen echter pas paren nadat zij de bulbussen met sperma hebben gevuld. Dit gebeurt een

week tot enkele maanden na de laatste vervelling. Daarna gaan zij actief op zoek naar een

vrouwtje. Tijdens de paring leegt het mannetje de bulbussen in haar geslachtsopening, aan de

onderzijde van haar achterlijf. Volwassen mannetjes leven maar kort. Enige tijd na de paring

spint het vrouwtje een wit zakje en legt daarin de eieren. Deze eicocon wordt door het

vrouwtje meegedragen of bewaakt in haar ‘territorium’, totdat de jonge spinnen uit de cocon

kruipen.

 

Kleurvormen

 

Kleur: Kopborststuk (cephalothorax) donkerbruin met een rode gloed. Een lichtgekleurde

rand is altijd aanwezig om het rugschild (carapax). Achterlijf (abdomen) donkerbruin

gekleurd met lange, lichter gekleurde haren. De poten hebben dezelfde basiskleur met lange

haren. Lichte lengtestrepen zijn op de poten zichtbaar. Op de voorpoten zijn de strepen

duidelijker dan op de achterpoten.

 

Ziektes

 

Spinnen die niet meer willen eten en mager zijn, kunnen te droog of te koud zitten of een

infectie hebben.

Voedselweigeraars zijn een enkele keer geneigd een kleinere spin, b.v. een bastaardvogelspin,

wel te eten.

Daarna worden ook 'gewone' voedseldieren weer geaccepteerd.

Oude of zieke spinnen worden vaak zwak, bewegen weinig en weigeren voedsel.

Het achterlijf vertoont rimpels.

Een slechte vervelling kan veroorzaakt zijn door een te droog terrarium.

Maak de oude resten vel vochtig met wattenstaafjes en probeer deze dan met pincetten van de

spin te verwijderen.

Als dit niet lukt én als de spin niet meer kan eten, is het dier meestal ten dode opgeschreven.

Een te vochtig terrarium met slechte ventilatie bevordert schimmelgroei.

Dit is zichtbaar als steeds groter wordende witte of grijze vlekken op de spin.

Sterk aangetaste spinnen vertonen apathisch gedrag of zijn inactief.

Zet aangetaste dieren in een nieuw ingericht terrarium met voldoende ventilatie.

Vaak begint de muf ruikende schimmel al op de bodem te groeien.

Zet ook dan de spin over in een ander terrarium.

Blijvende schimmelplekken zijn met een benomyloplossing (tuincentrum) te behandelen.

Er mag geen insecticide aan dit schimmelmiddel zijn toegevoegd.

Met name wildvangdieren worden vaak door mijten belaagd.

Mijten zuigen lichaamssap op en doden uiteindelijk de spin.

Verwijder de mijten zo goed mogelijk met een watten staaf, gedoopt in 70% alcohol, alvorens

de spin ineen schoon terrarium te zetten.

Het schoonhouden van het terrarium voorkomt al veel problemen.

Ook te veel vocht bevordert een mijten plaag.

De roofmijt Hypoaspis miles kan ter bestrijding worden ingezet.

Mijten tussen de kaken zijn vaak onschadelijke mee-eters die de kaken zelfs schoonhouden.

Gebroken ledematen geven problemen bij een volgende vervelling.

Pak met een pincet, waarvan de uiteinden met een stukje aquariumluchtslang zijn bedekt, de

femur van de aangetaste poot en druk hard.

Dankzij een breukvlak in de coxa kan de spin de poot loslaten.

De wond die nu ontstaat, zit in vrijwel alle gevallen binnen enkele uren dicht.

Een dik achterlijf van bijvoorbeeld een grote vogelspin kan openscheuren als het van 30 cm

hoogte of meer op een harde ondergrond valt.

Kleine scheuren kunnen met vaseline behandeld worden.

Leg bij grotere scheuren de spin in een diepvries om verder lijden te voorkomen.

Spinnen die te koud en te nat, of te warm en te droog worden gehouden reageren lusteloos of

juist apathisch.

Ook insecten- en spinnenverdelgingsmiddelen (b.v. vlooienband) en reinigingsmiddelen

kunnen een schadelijke uitwerking op spinnen hebben.

Pas bij aanschaf op dat u geen (volwassen) mannetje koopt als u dat niet speciaal wilt (zie

'geslachtsonderscheid')

Oude vrouwtjes zijn vaak erg groot, maar leven nog maar enkele jaren.

Dieren met gerimpelde achterlijven leven meestal nog maar kort.

Er mogen geen onregelmatige vlekken, bobbels of blaasjes op het achterlijf zitten.

De kaken moeten intact zijn.

Uiteraard kan uw nieuwe huisdier ook ziek worden, net als ieder ander dier.

Alle mogelijke ziektes in deze brief schrijven is onmogelijk.

Als u twijfels heeft over de gezondheid van uw dier, neemt u dan contact met ons op,

misschien kunnen wij u helpen, zoniet dan verwijzen wij u door naar een dierenarts die

gespecialiseerd is in het behandelen van reptielen en amfibieën.

Aanwijzingen voor mogelijke ziekten kunnen zijn:

Lusteloos gedrag, slechte eetlust en weinig bewegen (bij een normaliter actief dier)

Moeilijk ademen, met de bek open ademhalen, dit kan wijzen op luchtweginfecties.

Afwijkende ontlasting, diarree, abnormaal ruikende ontlasting, of helemaal geen ontlasting.

Deze symptomen kunnen wijzen op een besmetting met darmparasieten of een bacteriële

ontsteking

Braken of regurgiteren (opgeven) van voedsel

Kleine rode of zwarte spinachtige beestjes die over uw dier lopen. Dit zijn mijten, deze

diertjes voeden zich met het bloed van uw huisdier en moeten zo snel mogelijk bestreden

worden.

 

(Let op! Ziektes kunnen zich ook op andere manieren uiten, als uw

huisdier ander gedrag vertoont dan wat hierboven beschreven is, laat

het ons even weten, wij kunnen u misschien verder helpen en u

eventueel doorverwijzen naar een dierenarts.)


Wij wensen u veel plezier met uw aankoop en voor vragen kunt u ons altijd bereiken op het nummer: 0105-900938

      



terug naar boven